Leer ont-regelen en ont-organiseren

Een paar maanden geleden was ik bij de jongste bank van Nederland, Knab. Knab is gehuisvest in een bescheiden tweedehands kantoorgebouw in Hoofddorp. Het personeel bestaat uit enkele tientallen jongens en meisjes met een gemiddelde leeftijd van nog geen dertig. Een groot deel ervan komt van de hogere hotelschool, “want daar leren ze tenminste om klanten te helpen”.

Mark Vletter, een goede vriend van ons, leidt Voys Telecom, een telecombedrijf waar de gemiddelde leeftijd zelfs nog lager ligt dan bij Knab. Mark wil graag blije klanten en enthousiaste, betrokken en trotse medewerkers. Om dat te bereiken heeft hij onder meer alle functies afgeschaft, iedereen zelf verantwoordelijk gemaakt voor de rollen en projecten die hij op zich neemt en zijn eigen rol hergedefinieerd tot “zorgen dat iedereen leuk werk heeft”. Het resultaat omschrijft Mark als: “Iedereen werkt hier alsof zijn eigen naam boven de deur staat.”

In Leeuwarden runnen andere vrienden van ons Lable, een bedrijf dat (onder andere) software ontwikkelt voor de gezondheidszorg. Lable heeft ervoor gekozen om software te maken voor de verplegenden en de patiënten, en niet voor het management of “de processen”. Daarmee halen ze misschien niet de meeste klanten binnen, maar wel de klanten die het best bij ze passen. De “interne organisatie” van Lable lijkt trouwens erg op die van Voys.

Dit zijn voor ons voorbeelden van wat wij de Social Enterprise noemen: organisaties waarin mensen samenwerken om waarde te creëren. De genoemde bedrijven hebben het een en ander met elkaar gemeen, al zijn er ook verschillen. De grootste overeenkomst is dat ze jong zijn. Het zijn letterlijk bedrijven van deze tijd. Ze slepen weinig ballast mee uit het verleden.

Dat maakt het wel eens moeilijk om de relevantie duidelijk te maken aan managers van oudere en grotere organisaties. Voys kan besluiten om, praktisch van de ene dag op de andere, alle functies af te schaffen, maar als KPN dat doet gebeuren er toch wel wat ongelukken. Het liefst zou de grote bank misschien wel tegen zijn accountmanagers zeggen: ga met het geld om alsof het je eigen geld was. Maar ook daarbij is de kans op ongelukken te groot. Al die regeltjes zijn er niet voor niets.

Aan de andere kant dringt ook in grote organisaties wel het besef door dat de oude structuren en gewoontes niet meer zo goed werken. En de richting van de noodzakelijke verandering is ook wel duidelijk: meer ondernemerschap, minder regeltjes, dichter op de klant.

De grote vraag is dus: hoe doe je dat? Ont-regelen en ont-organiseren, daar zijn de meeste organisaties niet zo goed in. Daarom hebben we, samen met de onvolprezen Annedien Hoen, een eendaags ‘social enterprise bootcamp’ ontwikkeld. Voor managers die willen leren ontregelen. Hier vind je alle details.

5 stappen naar mediawijsheid, voor de kenniswerker

Dankzij Google, Apple, Wikipedia en Twitter is alle informatie die je zou kunnen verzinnen altijd onder handbereik. Maar dat is lang niet altijd een zegen. We hebben allemaal last van informatieoverload, en dan zijn we nog niet eens begonnen met uitzoeken wat er wel en niet relevant is, of wat waar is en wat niet.

Mediawijsheid gaat daarover: grip krijgen op de informatieoverload en effectief en efficiënt het kaf van het koren scheiden.

Mediawijsheid is een essentiële vaardigheid in de kenniseconomie van vandaag en vereist training. Gelukkig is het niet moeilijk om het onder de knie te krijgen.

  1. De basis voor succesvol, professioneel kenniswerk is weten wat je wilt weten. Wat is je vakgebied? Welke onderwerpen zijn voor jou relevant in de functie die je binnen de organisatie bekleed? Al het andere is bijzaak, en filter je uit.
  2. Het tweede belangrijke aspect van professioneel kenniswerk is weten wie  er meer weet dan jij. Welke onderzoekers, journalisten, bloggers, collega’s, schrijvers, politici houden zich bezig met jouw onderwerp? Probeer ze online te vinden en te volgen via jouw ‘channel of choice’: Twitter, RSS, Linkedin, etc.
  3. Het derde belangrijke aspect is het scheiden van feit en fictie: welke informatie is waar? Welke informatie is relevant? Gedraag je als een journalist om je bronnen te toetsen en je netwerk van informatievoorzieners steeds beter te maken.
  4. Het vier belangrijke aspect van kennniswerk is ordening, oftewel: ervoor zorgen dat je de relevante informatie weet te vinden op het moment dat je het nodig hebt. Bijvoorbeeld door Delicious te gebruiken, of Evernote.
  5. En tenslotte (last, but certainly not least) zul je als professioneel kenniswerker ook iets moeten doén met al die informatie. Bijvoorbeeld: er slimme notities over schrijven, alleen of samen met collega’s. Daarvoor heb je tijd en rust nodig. Even alle informatiekanalen uitzetten, een kop koffie erbij (of een glas wijn) en schrijven, schrappen en combineren. Bij voorkeur natuurlijk in een online editor zoals Google Docs, of een wiki.

Je ziet het, vijf simpele stappen om van een kenniswerker een succesvolle kenniswerker te worden. Maar je moet het wel gaan doen!

Hulp nodig? Wij hebben een Mediawijsheidtraining in de aanbieding.

Vergeet Bitcoin, maak je eigen gemeenschapsgeld

Even los van de bubble: waarom vind ik Bitcoin een interessant experiment, zoals ik eerder deze week schreef? Omdat er eindelijk weer eens over geld wordt nagedacht. Dat is hard nodig, omdat de huidige crisis in veel opzichten een geldcrisis is. Er is meer dan genoeg werk te doen, maar er is te weinig geld. Overheden bezuinigen, banken lenen niets meer uit en de consument zit op zijn geld omdat hij vreest dat het ergste nog moet komen. Het is dan ook vrij duidelijk dat een deel van de oplossing is dat er meer geld in de economie moet. Helaas is dat, sinds we de euro hebben, niet zo eenvoudig. Ik denk dat er niet meer dan een stuk of tien mensen zijn die kunnen uitleggen hoe de Nederlandse geldhoeveelheid precies tot stand komt, en ik ben er daar niet een van.

Het is in ieder geval een stuk ingewikkelder dan ‘de geldpers laten draaien’ – en dat is met opzet zo, omdat de euro anders niet het vertrouwen van ‘de markten’ zou hebben gekregen. De keerzijde is dat we als samenleving niet meer de baas zijn over het geld dat we gebruiken. Dat is raar, dat is jammer, maar het is ook voorlopig een gegeven – die euro is er nu eenmaal. Het Bitcoin-experiment laat echter zien dat het mogelijk is om geld naast de euro te zetten. Geld is alles dat als betaalmiddel geaccepteerd wordt, zelfs als dat cryptografische tekenreeksen zijn. Om als gemeenschap eigen geld te introduceren hoef je maar twee dingen te doen. Het eerste en belangrijkste is zorgen voor een punt van acceptatie. De favoriete manier daarvoor bij alle overheden sinds de Romeinse keizers is: eisen dat de belastingen in de eigen munt voldaan worden. Het tweede wat je moet doen is de munt in circulatie brengen in een hoeveelheid die ergens op slaat. Bijvoorbeeld door de ambtenarensalarissen er in uit te betalen. De markt zorgt er vervolgens wel voor dat het geld van de ambtenaar bij de bakker, de molenaar, de boer en de belastingontvanger komt.

Ook als je geen overheid bent kun je geld in omloop brengen. Stel je bent een woningcorporatie en je hebt de wens om je woningen een paar energielabels omhoog te brengen. Dan zou je je huurders kunnen vertellen dat isolatie, zonnepanelen en slimme thermostaten te koop zijn voor Buurtmunten (je punt van acceptatie) en vervolgens zou je een lijst kunnen publiceren van klussen en klusjes waarmee Buurtmunten te verdienen zijn (in circulatie brengen). Na verloop van tijd heb je dan energiezuinige huizen, lagere energierekeningen, een opgeknapte buurt en als bonus waarschijnlijk ook nog een toegenomen sociale cohesie.

Of je bent een thuiszorgorganisatie met een tekort aan mantelzorgers. Je zou dan thuiszorg kunnen aanbieden tegen betaling van Zorguren (punt van acceptatie), die mensen kunnen verdienen door zelf mantelzorg te verlenen in hun omgeving (in circulatie brengen). Iemand kan dan een tegoed opbouwen waar en wanneer hem dat schikt en dat tegoed besteden als hij zelf hulp nodig heeft. Of het inzetten om zorg voor zijn moeder, die 200 kilometer verderop woont, te kopen. (In Japan draait een dergelijk systeem al bijna twintig jaar.)

Het zijn slechts simpele voorbeelden, maar als er a) een echte onvervulde behoefte is en b) onbenutte ‘productiecapaciteit’ maar c) geen euro’s om die te betalen, dan kan goed ontworpen ‘gemeenschapsgeld’ uitkomst bieden. Geld is bedoeld om waardecreatie en transacties te faciliteren, niet om ze te frustreren. Als het dat niet doet, wordt het tijd om ander geld te maken.

 

Column in tijdschrift VMHP – het professionele politie platform

Op verzoek van de redactie van de VMHP schreven we een column over de onwenselijkheid om individuele agenten te verbieden te twitteren. De column is een aanpassing van een blogpost die hier al eerder verscheen.

VMHP, 11e jaargang, nummer 2, maart 2013PDF van het artikel in VMHP, 11e jaargang, nummer 2, maart 2013

“Ik voorspel woede over het vonnis”, waarom meer mensen actief moeten worden op Twitter

- Door Lykle de Vries en Ronald Mulder, Thesis One.

De vorming van een Nationale Politie heeft recent weer discussies aangewakkerd over de vrijheden versus risico’s die verbonden zijn met het gebruik van social media door individuen in de politie-organisatie.

“De praktijk heeft pijnlijk kenbaar gemaakt wat een verkeerd geïnterpreteerde Tweet kan veroorzaken. Kamerleden die een misstap maken, politiecommissarissen die een waardeoordeel geven, of raadsleden die de plank misslaan, zijn slechts enkele voorbeelden. De voorbeelden maken wel duidelijk dat het gebruik van Twitter binnen het publieke domein voor een uitdaging stond en nog steeds staat.” – Jochem Koetsveld en Roy Johannink

En natuurlijk gaat het niet alleen om verkeerde interpretaties: een agent die een foto van een dief via Twitter publiceert, schendt eenvoudigweg de privacy van een burger en beïnvloedt de strafmaat mogelijk ook nog eens op een ongewenste wijze.

is de oplossing dan om de persoonlijke twitteraccounts van agenten te gaan vervangen door beter te controleren teamaccounts? Nee, wij denken van niet. Mensen voeren gesprekken, team-accounts kunnen eigenlijk alleen maar mededelingen doen. Wanneer je spreekt namens een organisatie kun je bijna niet meer argumenteren, maar slechts zeggen “hoe het is”. Een individu heeft meer ruimte om in gesprek te gaan, en uit te leggen wat in een specifieke situatie het verschil maakt.

Vooropgesteld dat men weet wat de kracht en de risico’s van het instrument zijn (check de informatie op www.infopuntveiligheid.nl), vinden wij eigenlijk dat nog meer politiemensen actief zouden moeten worden op social media. Het is, afgezien van op straat aanwezig zijn en in gesprek gaan met de burger, de allerbeste manier om in contact te komen en te blijven met de mensen voor wie de politie er moet zijn.

De afgelopen weken werd nog een andere reden duidelijk: experts worden node gemist in de publieke discussie. Want of het nu gaat om uitgaansgeweld of om treinen die niet rijden, om Griekenland of om bultruggen: de publieke discussie wordt gevoerd op de sociale media. Niet in de krant, niet in het parlement, maar op Twitter en in de reactiepanelen van Geenstijl. En als daar niemand is die met verstand van zaken tekst en uitleg geeft, dan ontstaat er een enorme kloof tussen ‘het volk’ en de werkelijkheid.

Neem de ‘acht van Eindhoven’. De algemene opinie onder de ‘reaguurders’ op Geenstijl en De Telegraaf is dat we in Nederland helaas geen lijfstraffen kennen en dat de acht jongens dan maar langdurig opgesloten moeten worden. De angst is dat ze er met een taakstrafje vanaf komen. En er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat dat laatste precies is wat er gaat gebeuren, in ieder geval voor de meerderheid van de verdachten. Want: minderjarig, niet daadwerkelijk deelgenomen aan geweld, geen eerdere contacten met justitie en al zwaar gestraft door de naming and shaming die nu plaats heeft gevonden. Omdat er geen jurist te bekennen is die dit nu alvast even uitlegt, wordt de basis gelegd voor de golf van woede en verontwaardiging die straks zal losbarsten, als het vonnis bekend wordt.

Er is op de sociale media geen gebrek aan boze burgers met een mening. Er is wel een enorm tekort aan juristen, economen, artsen en andere experts die durven uit te leggen waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Of bijvoorbeeld de buurtregisseurs die context en duiding kunnen geven aan lokale gebeurtenissen.

Wie het wel aandurft kan zich op een eenvoudige manier profileren en bovendien het gesprek een stuk interessanter maken. En die kans zou het korps Nationale Politie zichzelf niet moeten ontnemen door met anoniemere team-accounts te gaan werken.

Bronnen:

Waarom de timing van @decorrespondent goed is

Sinds afgelopen maandagavond zit mijn timeline op Twitter vol met mensen die verklaren lid te zijn geworden van @decorrespondent. Het nieuwe online nieuws-initiatief lijkt erg succesvol met zijn crowdfunding-actie.  Maar compaan @ronaldmulder stelt vast dat De Correspondent niets nieuws biedt en vraagt zich af waarom het zo interessant is.

Waarom lijkt De Correspondent nu aan te slaan?

Ik denk om de volgende redenen:

1. Bewezen trackrecord, bestaande following, dus effectief

De betrokken schrijvers en journalisten hebben niet alleen een bewezen track record, maar zijn ook online al langer actief aanwezig. Ze hebben dus al flink wat vertrouwen weten op te bouwen bij consumenten die hun nieuws graag online tot zich nemen. En de online wereld is in dit geval de beste omgeving voor crowd-funding, omdat het nieuws rondom dergelijke initiatieven zich niet alleen snel verspreidt, maar ook terecht komt bij de mensen die eerder geneigd zullen zijn om mee te doen.

Kortom: de boodschap komt direct bij de mogelijk geïnteresseerde partij, dat is effectief.

2. We beginnen ons oncomfortabel te voelen bij gratis online diensten

“If you’re not paying for the product, you are the product being sold” is een besef dat bij steeds meer mensen doordringt. Heel fijn, dat Facebook en Google gratis zijn, maar het kost ons wel iets! Onze privacy, bijvoorbeeld. Het recente tumult onder (voornamelijk) tech-bloggers over het einde van Google Reader legt een andere kwetsbaarheid van gratis diensten bloot: ze vernielen een gezonde competitieve markt.

De belofte dat De Correspondent het zonder traditionele financiers wil doen en (dus) advertentievrij zal zijn, spreekt steeds meer aan. Dat dat voor slechts €5 per maand kan, maakt het vrijwel een no-brainer (en inderdaad: valt het straks toch tegen, dan heeft het je maar €60 gekost).

Misschien is een dienst waar je zelf rechtstreeks voor betaalt wel beter dan eentje die gefinancierd wordt door anderen.

3. We zijn toe aan iets dat ons bevrijdt van de waan van de dag

We komen om in nieuwssites, twitterende journalisten en nog meer andere mensen die van alles online gooien. Maar duiding is ver te zoeken. Wat is het verhaal? Wat is waar? Waar gaat het eigenlijk over, Thé?

De belofte dat twee handenvol mensen met reputatie en aantoonbare ervaring in schrijven en duiden ons gaan helpen het kaf van het koren te scheiden is aantrekkelijk. Want laten we wel wezen, zelfs de gevestigde dagbladen geven ons lang niet altijd meer het gevoel dat ze hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden:

Dus voor welk probleem is De Correspondent dan de oplossing?

De Correspondent suggereert het volgende probleem op te gaan lossen: dat de moderne, geïnteresseerde burger graag geholpen wordt bij het duiden van het nieuws, omdat hij omkomt in informatie, zelf niet (meer) in staat is om te filteren en zich daarbij ook niet geholpen voelt door de bestaande nieuwswereld.

Dat ‘duiding’ de algemene propositie is van de journalistiek verklaart wellicht de scherpe sceptische en negatieve reacties uit de hoeken van de gevestigde nieuwswereld. De Correspondent suggereert dat betalen voor journalistiek wél weer gaat werken, en dat is natuurlijk tegen het zere been van alle krantenredacties die hun advertentie-inkomsten zien opdrogen en ‘geen geld meer voor goede journalistiek krijgen’.

Dat De Correspondent daarvoor gebruik maakt van gevestigde namen, ligt voor de hand. Of de stijl van die personen je aanspreekt, of teveel lijkt op reeds bestaande uitgaves is natuurlijk niet relevant, want over smaak valt niet te twisten.

Voor welk probleem is De Correspondent een oplossing?

Vandaag, op de derde dag van de wervingscampagne, staat de teller bij het nieuwe journalistieke initiatief De Correspondent al op 10.405 ‘leden’: 72% van het benodigde aantal om van start te kunnen gaan. Volgens de crowdfunding-vuistregel die zegt dat je in de eerste week van je campagne 80% van je doel moet halen, ziet het er naar uit dat we vandaag of morgen een nieuw online magazine rijker zijn.

Dat is best opmerkelijk. Want op het eerste gezicht is De Correspondent op geen enkele manier vernieuwend. Ga maar na:

  •  Geen nieuw geluid. Alle scribenten hebben al een podium. Het is bepaald niet zo dat je, als je De Correspondent niet leest, nooit zult weten wat de mening van Femke Halsema of Alexander Klöpping is.
  • Geen nieuwe speler. De banden van De Correspondent met opinietijdschrift De Groene Amsterdammer zijn zo hecht dat je het initiatief ook De Groene 2.0 zou kunnen noemen.
  • Geen nieuw verdienmodel. Het grote probleem bij de gedrukte media is de hard teruglopende advertentie-inkomsten. In plaats van nieuwe geldbronnen aan te boren doet De Correspondent een vlucht naar voren: dan maar helemaal geen advertenties.

Toch trekken 15.000 mensen de portemonnee. Zij zien De Correspondent als waardevol. En de markt heeft altijd gelijk, leer je als econoom.

Dus vandaar mijn vraag. Waarin ligt de waarde van dit initiatief? Voor welk probleem is De Correspondent een oplossing?

Een Social Enterprise heeft vertrouwen, net als Amanda Fucking Palmer

Een typische organisatie heeft veel aandacht voor controle. Of de doelstellingen wel worden gehaald, of de medewerkers wel voldoende uren werken, of er geen paperclips gebruikt worden zonder goede reden. Die drang naar controle wordt meestal in de hand gewerkt door een wens om beter te weten “wat er gebeurt” of door een gebrek aan vertrouwen in de prestaties en motivatie van de medewerkers. Want we kunnen wel afspraken maken, maar het is beter het zeker te weten.

Het netto-effect van controle is over het algemeen dat het vertrouwen inderdaad daalt. De leidinggevende grijpt naar de proxies om te meten of er wel voldoende gebeurt, de medewerker bouwt wat marges in en neemt ook maar eens een pak printerpapier mee naar huis.

Vertrouwen in plaats van controle

Het tegenovergestelde van controle zou vertrouwen kunnen zijn. Vertrouwen in elkaar om gezamenlijk de doelstellingen te behalen. Vertrouwen in de leidinggevende dat deze de kaders helder stelt en bewaakt, vertrouwen in de medewerker dat deze binnen de afgesproken tijd de resultaten weet te produceren op een manier die past bij de organisatie.

Vertrouwen is nodig om te durven vragen

Het is niet makkelijk om te vragen. Ergens om durven vragen maakt je kwetsbaar. Iemand die niet weet waarom je ergens om vraagt, kan jouw vraag al snel verkeerd beoordelen. Je collega, of je mede-verenigingslid waar je regelmatig mee van gedachten wisselt weet wél waar de vraag vandaan komt, en hoe relevant die is. Zorg er dus voor dat degene aan wie je iets wilt vragen je eerst leert kennen. Dan pas is er het vertrouwen dat je niet teveel vraagt, en is er ruimte voor de gunst dat je mag krijgen waar je om vraagt.

Amanda (Fucking) Palmer is een muzikante die dat als geen ander snapt en ten uitvoer brengt. Vragen zonder jezelf kwetsbaar te maken doe je door aan vertrouwen te bouwen.